Voetnoot Nr. 1 - Evangelisch, maar niet Charismatisch.
Wij geloven dat een grondige studie van Handelingen in combinatie met 1 Korintiërs 12-14 en andere gedeelten over de gaven van de Geest duidelijk aantoont dat er tijdelijke gaven waren voor de eerste generatie Christenen, die het werk van God openbaarden en bevestigden. "Altijd waren de genadegaven een bevestiging van Gods boodschap en boodschapper, zodat de mensen zouden horen en geloven. Als de boodschap eenmaal bevestigd was, verdwenen de tekenen." (citaat)
Apostelschap is nogal vanzelfsprekend beperkt tot die eerste generatie en gezien de combinatie van apostelen en profeten als het fundament van de Gemeente is ook de gave van profetie van voorbijgaande aard. Wij geloven dat de gave van Spreken in Tongen en interpretatie, de gave van Profetie, de gave van Kennis (niet onderscheid), genezingen of krachten (we geloven dat God geneest, maar niet door een zgn. gebedsgenezer) behoorden tot de tijd van de Apostelen en Profeten – toen de Gemeente nog jong en in wording was. Die tijd is voorbij.
Waar staat dat beschreven? 1 Korintiërs 13:8-13 beschrijft deze "gaven van openbaring" als "onvolkomen" (vers 9) en legt uit dat deze zullen "afgedaan hebben" en "verstommen" (vers 8) als het "volmaakte komt" (vers 10). De volmaakte openbaring kwam in de vorm van het Geschreven Woord van God (2 Timoteüs 3:15) dat alle andere onvolmaakte vormen van openbaring heeft vervangen. Paulus noemt die gaven zelfs "kinderlijk" (vers 11) en gebruikt het beeld van een spiegel dat Jakobus ook gebruikt voor het Woord van God (Jakobus 1:23-25). Wij spreken vandaag niet in tongen, profeteren niet en gaan niet op zoek naar speciale kennis, want de Bijbel geeft ons alle openbaring van God die wij nodig hebben. "Het laatste boek van het Nieuwe Testament (Openbaring) werd pas aan het einde van de eerste eeuw voltooid. Dus voorzag de Heer in begenadigde mannen die profeten genoemd werden en boodschappen van God verkondigden totdat de canon van de Schrift compleet was." (citaat)
Verder verwerpen wij allerlei niet in de Bijbel genoemde Charismatische uitwassen zoals "vallen in de Geest", "lachen in de Geest", de "Toronto Blessing", enz. Hiermee beperken wij God niet, maar erkennen we dat almachtig God, die alles kan, Zichzelf beperkt door Zijn doel met deze gaven.
Handelingen 2, 10, 11 en 19; 1 Korintiërs 12-14; 1 Korintiërs 1:22; Efeze 2:20; 1 Korintiërs 13:8
In het verlengde hiervan wijzen wij ook zaken als Bevrijdingspastoraat af.
Bron: Website van de Evangelische Baptistengemeente Bergen op Zoom.
Voetnoot nr. 2 - De Gemeente vervangt Israel niet.
Wij geloven dat in het Oude Testament onvervulde beloften aan Israël staan die het volk hoopvolle verwachtingen aanreikt. Wij geloven dat deze beloften niet passen in of bij het framewerk van de Gemeente, die pas in Handelingen werd geboren. In de kerkgeschiedenis is de verwachting van een letterlijk duizend-jarig koninkrijk, dat beloofd is aan de Joden nadat de tijd van de heidenen vervuld is, een goed-gefundeerd theologisch begrip. Zo vroeg als de tweede eeuw na Christus werd er al over geschreven (zie: De Herder van Hermas). Met (vooral) de leer van Augustinius zijn alle beloften van het Oude Testament d.m.v. vergeestelijking naar het Nieuwe Testament getrokken en werd het Koninkrijk vervuld in de Gemeente. Dat heeft inmiddels het leven-in-verwachting van de wederkomst van Jezus, zoals de schrijvers van het Nieuwe Testament het ons opdragen te leven, behoorlijk verwaterd: “Het ‘leven in verwachting’ (de zogenaamde Maranathaboodschap) heeft plaatsgemaakt voor het ‘leven als koningskind’, voor de Koninkrijksverkondiging waarbij de nadruk ligt op het hier en nu bouwen aan koninkrijk van God.” (CIP)
Paulus noemt dit de tijd van de heidenen wij geloven dat Israël - als volk - Jezus als Messias niet zal aannemen, totdat de volheid van deze tijd is vervuld (Rom. 11:25). Joden en heidenen komen door God’s genade tot geloof en worden deel van de Gemeente, maar als volk zijn zij gedeeltelijk verhard (aldus Paulus).
Elke Bijbelse profetie aan Israel is letterlijk in vervulling gegaan - precies zoals God het had voorzegd. Die letterlijke vervulling vormt het verwachtingspatroon voor Bijbelse profetiën, die nog niet zijn vervuld. De betrouwbaarheid van God staat hier op het spel, want als God beloften die Hij gemaakt heeft met Israel mag vervullen met een ander, welke hoop heb ik dat Hij Zijn beloften met mij zal vervullen? God is betrouwbaar omdat Hij niet verandert.
Hoewel wij aspekten van de bedelingsleer zullen beamen, waarschuwen wij tegen de over-systematische kijk van het "hyper-dispensationalisme" dat grote delen van de Schrift negeert als "niet voor ons geschreven" en "niet op ons van toepassing".
Maleachi 3:6; Numeri 23:19; Openbaring 20:1-7; Romeinen 9-11; Daniel 9:24
Bron: Website van de Evangelische Baptistengemeente Bergen op Zoom.
Voetnoot 3 - Het hedendaagse bevrijdingspastoraat
Geen Bevrijdingspastoraat maar strijden tegen het Vlees.
Wij geloven dat de hedendaagse bevrijdingspastoraat - welk achter elke zonde een demoon zoekt - gebaseerd is op een verkeerde interpretatie van de Schrift. Volgens deze denkwijze is er een demoon van afgunst, van boosheid, van lust, van gierigheid en de lijst gaat door. Deze uitwerkingen lezen we o.a. in Galaten, maar de context duidt aan dat het gaat om de werken van het vlees. "Zo lijkt het er op dat al de zogenaamde demonen die eruit gedreven worden in het bevrijdingspastoraat niets anders zijn dan onze vleselijke lusten. Oftewel zonden die we doen doordat we een mens zijn die leeft in een gevallen schepping. We kunnen niet bevrijd worden van ons vlees." (citaat) Het gevaar dat hier schuilt is dat wij de verantwoordelijkheid voor onze eigen zonden niet meer erkennen, maar in de schoenen van demonen schuiven en dat de Christen het contact met demonische krachten niet mijdt (bijvoorbeeld: Handelingen 19:13-16; Judas 1:9). Onze strijd is inderdaad een geestelijke strijd en wij strijden tegen de demonische krachten die hun plannen willen doorvoeren in deze wereld (Efeze 6:10-18), maar onze focus moet op God Zijn en niet op demonen.
VOETNOOT 4 - De Calvinistische leer
Hieronder de bekende Vijf Punten van het Calvinisme met daaronder de bijbelse en evangelische versie.
1 TOTALE VERDORVENHEID
Calvinistische invulling:
De mens is geestelijk dood en tot niets meer in staat. God moet hem eerst tot leven wekken (wedergeboorte) en geloof schenken. Pas dan kan de mens tot bekering komen.
Bijbelse invulling:
Wij geloven dat de mens door de zonde “gescheiden” is van God, maar nog steeds aanspreekbaar en aansprakelijk. De geestelijk “dode” mens moet en kan zelf reageren op Gods oproep om tot bekering te komen.
2 ONVOORWAARDELIJKE VERKIEZING
Calvinistische invulling:
God heeft van voor de Schepping bepaalde mensen uitgekozen die zonder voorwaarde kinderen van God zullen worden
Bijbelse invulling:
Wij geloven dat de verkiezing onvoorwaardelijk is aan Gods zijde maar voorwaardelijk aan de zijde van de ontvanger van Zijn genade.
3 BEPERKTE VERZOENING
Calvinistische invulling:
Jezus is slechts gestorven voor dat deel van de mensheid dat God al had voorbestemd om tot geloof te komen.
Bijbelse invulling:
Wij geloven dat Jezus stierf voor ALLE mensen, waarmee niet bedoeld wordt “alle uitverkoren mensen”
4 ONWEERSTAANBARE GENADE
Calvinische invulling:
De mensen die God al had uitgekozen om Zijn kinderen te worden zullen dat worden, zelfs al zouden zij dat niet willen.
Bijbelse invulling:
Wij geloven dat de mens Gods genade kan weerstaan door bewust nee te zeggen tegen Zijn aanbod van redding.
5 VOLHARDING DER HEILIGEN
Calvinistische invulling:
Zij die God had uitgekozen zullen volharden tot het einde. Maar een mens kan enkel pas weten of hij of zij bij die uitverkorenen behoort, als aan het einde van zijn leven is gebleven dat die mens heeft volhardt. Zondigen is een teken niet uitverkoren te zijn.
Bijbelse invulling:
Wij geloven in de volharding der heiligen in die zin dat Gods beloften om allen die bewust en uit vrije wil tot inkeer komen, tot het einde vast te houden, waar zijn. Een wedergeboren mens kan daarom in de volle zekerheid leven van zijn of haar eeuwig behoud.
Hierbij zij nog opgemerkt dat evangelische christenen geloven dat mensen eerst het Evangelie moeten horen, het daarna bewust moeten aannemen en daarna, op grond van hun geloof, gedoopt moeten worden. Wij praktiseren dus geen kinder”doop”.
No comments:
Post a Comment